Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
uva.nl

Een internationaal team van biologen is erin geslaagd om met biologgers het gedrag van de relatief onbekende gewone of Noordzee-spitssnuitdolfijn te bestuderen. Deze dolfijnensoort wordt zelden waargenomen, en jaagt in de diepzee. Hun eerste resultaten laten zien dat de dolfijnen een verassend andere, snellere leefstijl hebben dan sterk verwante soorten. Het onderzoek werd geleid door Fleur Visser van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). De resultaten zijn op 12 mei gepubliceerd in vakblad ‘Journal of Experimental Biology’.

Spitssnuitdolfijn in de wateren bij de Azoren (foto: Kelp Marine Research)
Spitssnuitdolfijn in de wateren bij de Azoren (foto: Kelp Marine Research)

Spitssnuitdolfijnen zijn zeezoogdieren die recordbrekende duiken kunnen maken waarbij ze lang hun adem inhouden. Ze jagen op diepzee-inktvissen en vissen op diepten van één of zelfs meerdere kilometers, tijdens duiken van een uur.

Met nog 15 andere soorten spitsneusdolfijnen is het geslacht Mesoplodon het grootste geslacht van walvisachtigen. Omdat ze zich maar zelden aan het zee-oppervlakte vertonen, omvat het ook enkele van de minst bekende zeezoogdieren. In de afgelopen 30 jaar zijn zelfs drie nieuwe soorten van deze neushoorn-grote dolfijnen ontdekt. De meeste Mesoplodon-soorten lijken fysiek sterk op elkaar, en er wordt aangenomen dat het allemaal gespecialiseerde diepzeeroofdieren zijn. Bovendien komen ze vaak voor in hetzelfde gebied voor en jagen ze op vergelijkbare diepten. Dit roept bij biologen de vraag op hoe ze concurrentie om dezelfde prooi kunnen vermijden.

Biologgers

Eerder is het bij een paar andere soorten uit deze groep van spitssnuitdolfijnen gelukt om apparaatjes genaamd biologgers met een zuignap op hun rug te bevestigen. Dit leverde biologen waardevolle informatie op over hun manier van leven. Spitssnuitdolfijnen blijken doorgaans een energiezuinige levensstijl hebben: ze kunnen hun extreem diepe duiken maken door middel van langzame, energiebesparende zwemstijlen en jachtstrategieën.

Na jaren van inspanning zijn wetenschappers uit Nederland en Denemarken er nu eindelijk ook in geslaagd om voor het eerst biologgers te plaatsen op de rug van twee Noordzee-spitssnuitdolfijnen. De apparaatjes registreerden gedetailleerde informatie over de duik-, bewegings- en echolocatiestrategie van deze extreem schuwe dieren, waardoor voor het eerst hun foerageergedrag (voedsel-zoekgedrag) in detail kon worden bestudeerd.

Verbazing

Tot grote verbazing van het onderzoeksteam verschillen de Noordzee-spitssnuitdolfijnen in hun zwem- en jachtstrategie sterk van verwante soorten. Visser, hoofdauteur van de nu verschenen wetenschappelijke publicatie over de dieren vertelt: ‘Hoewel deze spitsneusdolfijnen jagen op een vergelijkbare diepte als verwante soorten, namelijk zo’n 800-1300 meter, zwemmen en jagen ze consequent veel sneller en maken ze kortere diepe duiken. Ze echoloceren ook met een hogere snelheid en met klikken met een hogere frequentie.’

Volgens Visser en haar teamgenoten betekent deze eerste waarneming van een 'snelle' spitssnuitdolfijn dat de soorten uit het geslacht Mesoplodon gebruik maken van een grotere diversiteit aan diepzee-niches tot nu toe werd vermoed. De diepzee is een rijk en divers jachtgebied voor de zeezoogdieren, die naar nu blijkt een breder scala aan gespecialiseerde strategieën hebben ontwikkeld om het te kunnen exploiteren dan voorheen bekend was. De biologen vermoedden daarnaast dat door hun afwijkende en snellere levensstijl Noordzee-spitssnuitsolfijnen waarschijnlijk ook anders reageren op door mensen veroorzaakte geluiden, zoals dat van schepen, dan hun langzamere zuster-soorten.   

Publicatiegegevens

F. Visser, M.G. Oudejans, O.A. Keller, P.T. Madsen en M. Johnson: ‘Sowerby’s beaked whale biosonar and movement strategy indicate deep-sea foraging niche differentiation in mesoplodont whales’, in: Journal of Experimental Biology (12 mei 2022) 225, jeb243728. doi:10.1242/jeb.243728