Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
uva.nl

Ruim twintig jaar na de aanslagen op het World Trade Center, gaat de strijd tegen terrorisme onverminderd door. In deze ‘War on Terror’ heeft het bestrijden van de financiering van terroristische groepen een centrale plek. Politicoloog Tasniem Anwar onderzocht hoe deze strijd in de praktijk wordt gebracht in de rechtbank. Wat wordt veroordeeld als financiering van terrorisme? ‘Een diverse groep burgers is onderdeel geworden van de wetgeving. Dit zijn niet alleen sympathisanten van terroristische groepen.’ Dinsdag 17 mei verdedigt ze haar proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam.

tekening van een rechter

Onder aanmoediging van EU wetgeving is er een brede definitie gekomen van wat financiering van terrorisme is en in de rechtbank moet worden veroordeeld. Dit omvat bijvoorbeeld ook fondsenwerving, donaties, en het overmaken van geld. Het bedrag hoeft niet onderdeel te zijn van een geplande activiteit en juridisch maakt het niet uit waar het geld uiteindelijk voor gebruikt wordt.

‘Bij de financiering van terrorisme denkt men al snel aan grote sommen geld die heel gecoördineerd naar een organisatie worden gestuurd’, stelt politicoloog Tasniem Anwar die onderzocht hoe en wat in de rechtbank als terrorismefinanciering wordt veroordeeld. ‘Dat lijkt dan heel duidelijk, want geldstromen liegen niet. Maar in de praktijk gaat het in de meeste zaken om kleine geldbedragen en een bijzondere mix van verdachten. Van doorgeharde sympathisanten tot bezorgde ouders die geld hebben overgemaakt naar hun uitgereisde kinderen. Bijvoorbeeld een vader die 90 euro aan zijn zoon had overgemaakt.’

Observaties van rechtszaken

Anwar observeerde rechtszaken in Nederland, Engeland, Frankrijk en Duitsland. Ze kon zo achterhalen wat voor argumenten er werden gebruikt, wat voor materialen er als bewijs werden geïntroduceerd en welke rol internationale geopolitiek en deskundigen speelden. ‘Voor een groot deel leken de zaken heel erg op elkaar. Dit komt ook doordat er internationaal een push is tot harmonisatie op het gebied van wetgeving en praktijk. De grootste verschillen zitten in de verschillende rechtssystemen.’  

tekening van een rechtszaak

Ze vulde deze observaties aan met interviews met professionals als advocaten, openbare aanklagers en rechters. Door middel van documentanalyse verzamelde ze tot slot meer informatie over de achtergrond van de bestrijding van terrorismefinanciering en internationale wetgeving.

Weinig ruimte voor persoonlijke verhalen en motivatie

In de meeste rechtszaken blijkt er weinig ruimte voor de persoonlijke en unieke verhalen achter veroordelingen van financiële transacties van Europa naar bepaalde gebieden in het Midden-Oosten. ‘In veel rechtszaken domineerde het beeld dat iedereen die geld overmaakt naar een uitreiziger in Syrië zich schuldig maakt aan financiering van terrorisme, en dat alle vormen van steun bijdragen aan de gewapende strijd.’ Anwar denkt dat dit sterk samenhangt met de terroristische dreiging die tijdens haar onderzoek groot was in Europa en het  krachtige signaal dat samenlevingen daarom af wilden geven.

Ook bleek het voor rechtbanken lastig in te schatten in hoeverre verdachten zelf hun best hadden gedaan om te voorkomen dat transacties voor terroristische doeleinden werden gebruikt. ‘Er ligt bij burgers een grote verantwoordelijkheid om zelf de veiligheidsrisico’s van hun transacties in te schatten’, stelt Anwar. Verdachten uit haar onderzoek hadden hier vaak hun eigen mechanismen voor, maar deze bleken voor de rechtbank moeilijk op waarde te schatten. ‘Verdenkingen en speculaties waren daardoor bepalend voor het vaststellen van voorwaardelijke opzet en de motivatie van verdachten speelden nauwelijks een rol.’

Anwar maakt wel de kritische kanttekening dat rechtbanken sinds 2020 zaken meer uitdiepen en tot genuanceerdere conclusies komen. ‘Je ziet dat er na 2020 veel meer vrijspraken zijn geweest voor zaken waarin een verdachte voor die tijd waarschijnlijk wel was veroordeeld. Het is denk ik ook een soort “coming of age” van een rechtsgebied dat zich aan het ontwikkelen is.’

Het voorkomen van geweld

Anwar trekt de voorzichtige conclusie dat huidige aanpak niet helemaal werkt voor het voorkomen van terrorisme financiering. ‘Het kan in retrospect wel bepaalde geldstromen blootleggen en zo aan een zaak bijdragen. Dat zien we nu bijvoorbeeld in Frankrijk bij de grote Bataclan rechtszaak waar ze geldstromen kunnen traceren naar een bepaalde bron en zo bewijs kunnen aanvoeren. Maar het is lastiger te bepalen of het veroordelen van een geldtransactie financiering van terrorisme heeft voorkomen.’   

Tegelijkertijd ervaren verdachten zonder sympathieën voor terroristisch gedachtegoed, zoals ouders en vrienden, volgens Anwar wel enorme maatschappelijke gevolgen van hun transactie. ‘Van sociaal stigma tot uitsluiting van de financiële sector en het verliezen van je baan.’ Ze noemt het daarom belangrijk dat we een diepgaand debat blijven voeren over de manier waarop we met de wet en rechtspraak omgaan in de strijd tegen terrorisme.

‘Ik stel hier niet dat we de financiering van terrorisme niet moeten bestrijden of dat mensen in de rechtbank niet serieus hun werk uitvoeren. Het zijn complexe vraagstukken en samenlevingen in Europa doen wat ze kunnen om terrorisme te voorkomen. Maar we moeten ons wel afvragen of we het waard vinden dat we ouders vervolgen voor een bedrag van 90 euro dat ze aan hun kind overmaken? Staat dit middel nog in proportie tot het uiteindelijke doel van de wet: het voorkomen van geweld?’  

Details proefschrift

Tasniem Anwar, 2022, ‘Beyond the shadow of a doubt. The prosecution of terrorism financing in European courts’, promotor: prof. dr. M. de Goede, co-promotor: dr. B. Isleyen

Tijd en locatie

Dinsdag 17 mei, 15.00, Agnietenkapel, Amsterdam